Cou cou, qui est là?
Een paar dagen geleden heb ik de Piggelmeetjes weer eens bezocht omdat ik benieuwd was of en hoe zij de ultra hete zomer waren doorgekomen. Nou, niks aan de hand, vief als altijd. Hij (96), iets minder vief. Stokdoof, zo stijf als een plank, maar blind was hij niet meer, want er was door een vriendelijke dokter, die niet aan leeftijddiscriminatie deed, een nieuwe lens ingezet. Zij, 87, had nog steeds alles onder controle. Het huis en het erf zagen er piekfijn uit, de moestuin lag erbij in keurige frisse rijen alsof er dagelijks een buitje gevallen was. Dat was er ook, want vrouwtje Tureluur had iedere dag, ook in de bloedhitte, met gieters lopen slepen. Terwijl ik, lui varken, ik schaam me dood, de moestuin halverwege de zomer, na de laatste rabarberoogst, had opgegeven wegens droogte, hitte en slomerigheid.
Ik koester een diepe bewondering voor die mensen. Hoe kan het dat bij hen alles voor elkaar is (lijkt), terwijl er bij ons, bij mij althans, altijd iets gedaan moet worden dat niet gedaan is, iets mislukt, iets verdroogd, iets te laat is.
Dat komt omdat zij hun leven simpel houden. Zij focussen op de essentie van het leven, n.l. in leven blijven en niet al die onzin er om heen om het leuker te maken, te versieren, aan te kleden.
Zij hebben een zeer kleine retraite. Een moestuin, 2 schaapjes, een ooi en een ram. De ooi werpt 1 keer per jaar 2 lammetjes, die ze verkopen of op eten. Verder hebben ze wat kipjes. That's it.
En ze hebben een autootje die het nog doet. Hij heeft nog een oude trekker die het niet meer doet, maar hij sleutelt er aan, poetst hem op, het is zijn speelgoed. Met het autootje doet zij af en toe wat boodschappen bij de Coccinelle, 8 km verderop. Voor een butagastank, meel, boter, olie. Verder komen ze niet. Ze missen het ook niet. Een paar keer per jaar gaan ze naar de Salle des Fêtes in het dorp. In de zomer als St. Médard, de dorpsheilige, wordt gevierd in de grote tent. In oktober bij het gratis 70 + diner, en in december voor het Kerstdiner van de club. Ze hebben wel een T.V., maar kijken daar voornamelijk naar om de Zondagsmis te volgen, want gelovig dat zijn ze. Het journaal kijken ze hopelijk niet, het zou hen maar ongerust maken. Zijn ze niet ongerust dan, over de wereld, oorlog, het klimaat? Ik denk het niet. Ze zijn ongerust over wat er hen direct raakt. Dat er zoveel mensen doodgaan in het dorp, dat er niemand overblijft ( ze tellen niet de mensen die er bij gekomen zijn), dat haar ogen zo achteruit gaan, of ze wel zal kunnen blijven autorijden..Of ze de gieters kan blijven dragen..of hij niet van de trap kukelt.
De wereld is ver weg, die is nog lang niet in St. Mars..
En zolang gaan ze door, scharrelt hij op het erf, brouwt zij een soepje, veegt de vloer aan. Meer hoeft niet. Meer kan niet.
Vroeger ja, vroeger ging ze dansen op het mosselen frites feest dat zaterdag werd gehouden. Wij zijn er wel geweest. Om 8 uur waren we er, om 10 uur waren we weer thuis. De moûles/frites waren lekker, dat wel. Maar je treft het niet altijd waar je kom te zitten. Tegenover ons zat een stel waarvan hij zonder een woord te zeggen heel systematisch en in razend tempo met behulp van zijn opinel de mossels uit hun schelp wipte en naar binnen werkte. Dat was nog wel boeiend om te volgen, maar ondertussen schroffelde zijn vrouw de halve bak frites in haar tater gemengd met lappen vlees en begon daar met wijd open mond op te kauwen. De houten bank waarop we zaten was keihard en het dansen was om 10 uur nog steeds niet begonnen. Er was zelfs nog geen jongere te bespeuren, die waren waarschijnlijk nog bezig met binge drinken, want zeg nou zelf, zoveel valt er in zo'n tent met veel te weinig meiden ook niet te beleven. Er was zelfs geen (of nog geen) muziek.
Toen zijn we maar naar huis gegaan. Piggelmeetjes , jullie hebben niets gemist.






